Maand: december 2021

De balans tussen uniciteit en eenheid

Een bijdrage tot de statistiek
Wislawa Szymborska

Op elke honderd mensen

zijn er tweeënvijftig
die alles beter weten,

onzeker van elke stap –
bijna de hele rest

bereid om te helpen,
als het niet te lang duurt
– wel negenenveertig,

de goedheid zelve,
omdat ze niet anders kunnen
– vier, nou misschien vijf,

in staat tot bewondering zonder afgunst
– achttien,

om de tuin geleid
door de jeugd die voorbij gaat
– plusminus zestig,

nemen er vierenveertig
alles serieus,

leven er in voortdurende angst
voor iemand of iets
– zevenenzeventig,

hebben er talent om gelukkig te zijn
– twintig, hoogstens dertig,

zijn als individu ongevaarlijk
maar slaan los in de massa
– meer dan de helft, minstens,

wreed,
als omstandigheden hen dwingen
– hoeveel weet ik liever niet
ook niet ongeveer,

wijs door schade
– niet veel meer
dan zonder,

willen er van het leven alleen dingen
– dertig,
hoewel ik me liever vergis,

krimpen in elkaar en hebben pijn,
zonder lantaarn in het donker
– drieëntachtig,
vroeg of laat,

zijn tamelijk veel
rechtvaardig – vijfendertig,

maar als rechtvaardigheid
de moeite van begrijpen verreist
– drie,

verdienen er medelijden
– negenennegentig

zijn er sterfelijk
– honderd op de honderd

Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Dit gedicht las ik vlak voor kerst. Het verwoordt voor mij zo goed hoe verschillend we kunnen zijn. Door karakter, door wat we mee hebben gemaakt in ons leven, door onze fysieke gesteldheid, door simpelweg het land waarin onze wieg heeft gestaan. We zijn zo verschillend en tegelijkertijd worden we allemaal geraakt in ons mens-zijn en zijn we sterfelijk. Het is zo belangrijk dat we, in deze tijd van crisis en polarisatie, respect en compassie blijven voelen voor elkaar. Er is saamhorigheid nodig, met daarin ruimte voor anders zijn.


Omslagontwerp boek Minyan door Mesika Design

Ik moet denken aan de workshops Joodse zang die ik gaf in El Bloque en Sacarest, in Spanje. Altijd besteedde ik daar aandacht aan het thema uniciteit (Jetser Hara) en eenheid (Jetser Hatov). Al zingend, mediterend, schrijvend, reflecterend, onderzocht ieder die aspecten in zichzelf en deelden we onze inzichten. We lieten ons daarbij inspireren  door het boek Minyan van Rabbi Rami M. Shapiro, waaruit  ik hieronder nu ook vrij citeer:
Jetser Hara is het vermogen om uniciteit, verschillen, anders-zijn waar te nemen. Het is je talent om je op jezelf te concentreren, jezelf van al het andere los te maken. Jetser Hatov is het vermogen om de onderlinge afhankelijkheid van de dingen waar te nemen, je neiging om verschillen te overbruggen, een gemeenschap op te bouwen, harmonie tot stand te brengen.
Het is belangrijk om in je leven een balans te vinden tussen uniciteit en eenheid. Uniciteit zonder het inzicht van eenheid wordt egocentrisch, egoïstisch, je raakt geïsoleerd. Eenheid zonder het inzicht van uniciteit wordt dogmatisch, saai. De vrije wil verdwijnt. Een gezonde wereld heeft dus beide nodig: zowel de individualiteit wordt verwelkomd en gerespecteerd als het streven naar verbondenheid en harmonie.

Het is voor ieder mens een hele uitdaging om die balans te vinden, zeker in deze tijd waarin er zoveel onzekerheid en angst is. Hoe behoud en versterk ik mijn innerlijke anker?
Zelf ervaar ik de natuur als heel troostend en voedend. Het zijn-in-de-natuur voedt mijn zelfreflectie en zelfbezinning. Niet me mee laten voeren door de waan van de dag, maar pas op de plaats maken. Dat is nodig om overzicht te houden in alle stormen die er op dit moment zijn, zoals Covid 19, de opwarming van de aarde, de vluchtelingenproblematiek, de groter wordende kloof tussen arm en rijk.

Bezin je op jezelf, kies jouw bijzondere weg en breng je wezen tot eenheid.
Begin bij jezelf maar eindig niet bij jezelf.   Martin Buber

Ik wens je in 2022 gezondheid in brede zin en momenten van eenvoudig genieten van wat er is, alleen en in verbinding met anderen.

Hartegroet
Mariejan

Dank aan twee wijze, eigenzinnige vrouwen

Roos

In juni heb ik voor het eerst mijn AOW uitkering  gekregen. Ik vond dat toch een hele gebeurtenis. Na 30 jaar ZZP-er zijn en zelf werk en inkomen te genereren, ontvang ik nu maandelijks een bedrag zonder daarvoor te hoeven werken. Ik vind dat nog steeds een luxe en ik besef dat ik in een rijk land woon. Ik wilde daar echt even bij stil staan en besloot een week in mijn eentje te gaan fietsen en stil te staan bij de vraag: “Blijf ik werken en zo ja hoe dan?”

Het alleen fietsen vind ik altijd heerlijk. De wind door mijn haren voelen, de natuur die veel sterker binnenkomt, onverwachte ontmoetingen met mensen. Het zijn altijd kleine pelgrimages.

Tijdens de tocht kreeg ik bericht dat Anneg Konings was overleden. Anneg is een belangrijke gids voor me geweest. Bij haar werkte ik via zang aan mezelf. Ik leerde mezelf meer te uiten en kwam uit voor mijn verlangen om  zangeres te zijn. Mijn fietstocht brengt me twee dagen later in Deventer waar ik Dien Latour wil bezoeken. Dien was 10 jaar lang mijn zangpedagoge toen ik concerten gaf. Staand voor haar huis hoorde ik van de buren dat ze dit voorjaar was overleden. Ik wist wel dat Dien in haar laatste levensfase was, maar toch overviel het me.

Wat wonderlijk dat ik hoor van hun overlijden, terwijl ik onderweg ben met de vraag: “Blijf ik werken en zo ja hoe dan?”.  Want deze twee wijze, eigenzinnige  vrouwen, die mijn gidsen waren, zijn zeker tot hun 75ste blijven werken. Ook ik ben nu nog aan het werk na mijn AOW leeftijd, wel minder dagen en meer ruimte voor andere dingen. Het zal zich vanzelf ontvouwen wanneer ik ga stoppen.

In deze blog wil ik Anneg en Dien in het licht zetten en ze eren en danken.

Anneg had de gave om mensen echt te inspireren en hen te stimuleren hun hart te volgen en hun eigenheid te leven. Dat deed ze op onorthodoxe wijze: een mengeling van liefde, wijsheid, zorg, gezelligheid, humor, bemoediging en pit. Ik was 29 jaar en  belandde bij haar kort nadat ik had gezegd: “Ik ga zingen!” Ik begon met een stoomcursus zingen en ging door in een vaste groep. Er ging een wereld voor me open. Ik ontdekte verschillende muziekstijlen, kon experimenteren en spelenderwijs ervaring opdoen in het zingen voor een groep. Ik heb mensen Mahler-liederen horen zingen, zó prachtig, authentiek en doorleefd. Iedereen bloeide op in haar groepen.

Op een dag kwam ze, op weg naar haar vakantiehuisje in Brabant, bij me langs. Tijdens de thee zei ze: ”Jij moet les gaan geven”. Ik werd erdoor overvallen en moest erg lachen. De nacht erna lag ik er wakker van; het was toch wel binnengekomen. Een jaar later gáf ik mijn eerste zangles, in mijn eigen woonkamer. Alles wat ik geleerd en ervaren had, kwam tot uiting in die lessen, kreeg vorm in woorden, klanken en beweging. Ik zocht en vond mijn manier van werken.

Anneg heeft me als geen ander geïnspireerd en aangespoord  om van zingen -mijn passie- mijn werk te maken, en dat vooral op mijn manier te doen. Nadat ik stopte met lessen bij haar raakten we elkaar uit het oog. Maar in mijn hart ben ik haar altijd blijven eren.

Dien was op een heel andere manier van betekenis. Ze haalde veel ‘heilige huisjes’ over klassieke zang omver. Het was in de tijd dat ik concerten gaf samen met pianist Jacques Verheijen, we vertolkten Jiddisje liederen.

Dien  kon eruit zien als een dame, maar had iets heel ondeugends. Ze was wijs en kon diep werken met stem en adem. Ze heeft me veel geleerd over spelen met klankkleuren, dictie en declameren. Ook over zeggingskracht en  ‘aanwezig zijn’ op het toneel.

Toen mijn stem veranderde van mezzo sopraan naar lage alt werd ik onzeker over mijn stem. Ook toen was zij een grote steun voor me. Ze begreep dat dit spannend was en angst opriep. Ze relativeerde zonder te ontkennen dat het lastig was. Ze stimuleerde me om te accepteren hoe het was en daarin de vrijheid weer terug te vinden. Ze bracht rust in dit, bij momenten, heftige proces en liet me ervaren dat het me ook iets bracht.

Nadat de buren me verteld hadden dat Dien was overleden, liep ik richting de IJssel om daar even te zitten op een bankje. Op weg daar naar toe zag  ik, op een pleintje, twee meisje zitten die spulletjes verkochten. Mijn oog viel op een mooie witte roos, die ze geplukt hadden in hun tuin. Ik kocht de roos voor 25 eurocent. Staand aan de IJssel legde ik de roos in het water en terwijl de stroming de roos meevoerde zong ik mijn laatste lied voor haar. Later toen ik weer op de fiets zat besefte ik: dit afscheid paste zo bij haar. Ze hield van spelen, werken met wat op je pad komt, van eenvoudige gebaren.

Gidsen zijn belangrijk in je leven. Ik ben Anneg en Dien dankbaar voor hun wijze lessen, speelsheid, eigenzinnigheid en diepgang. Ze hebben mij, ieder op eigen wijze, geholpen en geïnspireerd om mijn kwaliteiten te ontwikkelen. Die tocht bracht me regelmatig op niet gebaande paden. Blijven geloven in mezelf was dan wel nodig. Zij hebben me dat voorgeleefd. Ervaringen van het werken met hen liggen diep in me opgeslagen en hebben me gevormd.

Ze leven allebei door in mij, in hoe ik leef en werk.

 

Mogelijk gemaakt door Digitale Doeners