Auteur: Mariejan van Oort (Pagina 1 van 3)

Bij jezelf beginnen, maar niet bij jezelf eindigen

Een paar weken terug werd ik door een goede vriendin getipt op de podcast ‘VAN DIS ongefilterd’. Een aanrader: geestverruimend en verdiepend. Inspirerend ook omdat hij poëzie en proza gebruikt als commentaar op wat er in de wereld gebeurt. In een aflevering spreekt Adriaan van Dis  over de oorlog tussen Israël en Gaza. Hij leest een citaat voor uit het essay “Leven en schrijven in tijden van oorlog”, uit 2016, van de Israëlische schrijver en vredesactivist David Grossman.

“Ik zal het eenvoudig zeggen. Israël zal geen thuis worden zolang de Palestijnen geen eigen thuis hebben. De Palestijnen zullen geen thuis krijgen zolang Israël geen thuis wordt voor de Joden die er wonen. Palestijnen en Israëli’s zullen geen vrede bereiken als ze niet in staat zijn het conflict ook te bezien vanuit het gezichtspunt van hun vijand, vanuit diens wonden en diens gelijk”

Terwijl ik luister komt een dierbaar lied van Mordechai Gebirtig in me op: Gehat hob ich a heym. In dit lied vertelt hij over wat een thuis is. Gebirtig, een Pools-Joodse volksdichter en componist, had  het vermogen om in heel eenvoudige taal diepmenselijke gevoelens te verwoorden. Hij schreef dit lied toen hij, in de 2e wereldoorlog, tijdens een razzia, werd verjaagd uit zijn huis in Krakau.

Gehat hob ich a hejm, a worem sjtikl rojm,       
A bisl wirtsjaft, wi baj oreme lajt
Tsoenojfgeboendn fest di wortsele tsoe a bojm,
Hob ich zich mit majn bisl oremkajt.

Gekoemen zenen zej mit has oen tojt,
Majn orem sjtikl hejm wos ich farmog,
Wos ich mit sjwere mi hob jorn lang gebojt,
Farnichtet hobn zej dos in ejn tog.

Gehat hob ich a hejm, a sjtibl oen a kich.
Oen sjtil gelbt azoj zich jorn lang.
Gehat fil gute frajnd, chawejrim aroem zich
A sjtibl foel mit lider oen gezang.

Gekoemen zenen zej, wi koemen wolt a pest,
Arojsgejogt foen sjtot mit wajb oen kind
Geblibn on a hejm, wi fejgl on a nest
Nisjt wisndik far wos far welche zind?

Gehat hob ich a hejm, itst hob ich zi nisjt mer,
A sjpil gewen far zej majn untergang-
Ich zoech itst a naje hejm, nor sjwer, oj sejer sjwer,
Oen ich wejs nisjt woe, oen ch’wejs nisjt ojf wi lang

Ik heb een huis gehad, een klein warm plekje, zo’n bedoeninkje, als van arme mensen, maar zoals wortels verbonden zijn met de boom ben ik verbonden met dat beetje armoe van mij.

Toen zijn ze gekomen met haat en verderf en het arme huisje dat ik had, dat ik met pijn en moeite in jaren had gebouwd, ze hebben het in één dag kapotgemaakt.

Ik heb een huis gehad, een kamertje en een keuken en er jarenlang tevreden gewoond. Ik had er goede vrienden om me heen, een huis waar liederen klonken.

Toen zijn ze gekomen, zoals de pest kan komen, Verjaagd uit de stad met vrouw en kind, bleven we dakloos, als vogels zonder nest.  En ik weet niet waarvoor en ik weet niet waarom.

Ik heb een huis gehad, nu heb ik het niet meer. Zij hebben zich vermaakt, en ik ben alles kwijt. Een nieuw huis zoek ik nu, maar o wat is dat moeilijk, want ik weet niet waar en ik weet niet voor hoelang.

Thuis. In de van Dale staat: een plek waar iemand woont en zich veilig voelt. Het zou een basisecht moeten zijn. Hoe schrijnend is het dan dat zoveel mensen in de wereld op drift zijn door oorlogen, natuurrampen, armoede, honger. Ze verlangen naar een ‘thuis’, een veilige plek waar ze menswaardig kunnen leven. De wereld is zo complex op dit moment en het lukt de mensheid maar niet om ‘thuis’ bereikbaar te maken voor iedereen.

Dichterbij, in ons land, met alle polarisatie van dit moment, kunnen we ook de woorden van David Grossman ter harte nemen: het conflict ook te bezien vanuit het gezichtspunt van hun vijand, vanuit diens wonden en diens gelijk”.

Ik voel me zo bevoorrecht dat ik een plek heb waar ik me veilig voel, een dak boven mijn hoofd, genoeg te eten. De complexiteit van alles wat er speelt, ver weg en dichtbij, kan me een gevoel van onmacht geven. Het is te groot, teveel, te complex. Mij helpt het om het kleiner te maken. Dan  kom ik uit bij:  Hoe kan ik een ‘thuis’ bieden voor mensen om me heen als zij dat nodig hebben. Dan kom ik uit bij mezelf. Want om dat te kunnen is het nodig dat ik ‘thuis ben bij mezelf’.

‘Thuis zijn bij jezelf” vraagt dat je de tegengestelde krachten in jezelf in waarheid beziet, leert accepteren, leert aansturen  én tot een synthese weet te brengen. Dat je de tegengestelde krachten in jezelf aan het woord laat en naar ze luistert. Een levenslange oefening is dat. Psychosynthese, een psychologie van het hart, kan daarin zo mooi tot steun zijn, verhelderen en inspireren. Je bewust worden van alle aspecten van je persoonlijkheid ook die waar je niet trots op bent of die je liever kwijt wilt. En vervolgens leren om de regie daar over te nemen en tot slot de moed om je unieke, authentieke plek in te nemen, met je kwaliteiten én je beperkingen.

Wanneer je ‘thuis bent’ bij jezelf kun je de complexiteit van de wereld om je heen, dichtbij en verder weg, beter aan. De wijzen vertellen het ons in allerlei toonaarden. Thich Nhat Hahn, de Vietnamese boeddhistische leraar, vredesactivist, schrijver en dichter zegt:  “Vrede in jezelf vrede in de wereld”. Martin Buber zegt: “Bij jezelf beginnen, maar niet bij jezelf eindigen”.

In al die jaren dat ik werk met bewustwording en lied zijn er twee liedteksten, mantra’s,  die ik  veel gebruikt heb. Ze verklanken, in alle eenvoud, deze eeuwenoude wijsheid.  Ik deel ze hier met jullie als een nieuwjaarswens.

Return again to the land of your soul. Return to who you are, to what you are, to where you are born and reborn again

I’ve been travelling a day, a year, a lifetime to find my way home. Home is where the heart is, my heart is with you

Licht op je pad in 2024

Mariejan

De kracht van bedachtzaamheid

Deze stromende leegte helpt mij om steeds weer in contact te komen met de voedende levensbron, de bron van van niet-weten en me verbonden te weten met het cirkelvormige bestaan.

 

wat weet ik van de vogel als ik zijn zingen niet versta         Willem Hussem

Er is zoveel gaande in de wereld. De nasleep van Covid, oorlog in Oekraïne, grote zorgen om klimaatveranderingen, energiecrisis, vluchtelingenstromen. Zoveel veranderingen, zoveel is ongewis. Het raakt ons op allerlei manieren in ons persoonlijke leven van alle dag. Het kan zo groot en veel zijn, ons machteloos doen voelen of juist woedend. Hoe hier als mens mee om te gaan?

Stefan Hertmans schrijft in zijn boek Verschuivingen hoe we in tijden van crisis steeds stelliger worden in ons spreken en hoe het omzichtige, tastende spreken steeds meer verdwijnt. Waardoor er meer en meer polarisatie ontstaat, meer vasthouden aan het eigen gelijk. Meer wij-zij. Terwijl we elkaar juist zo nu nodig hebben.

Al wandelend in het bos mijmerde ik over die stelligheid, hoe dan wel? Ik dacht ineens aan ‘de lege ruimte’ waarover in de Tao wordt gesproken. Thuisgekomen pakte ik het prachtige boekje de Tao van Wijsheid, de kunst van geven en ontvangen. Het boek gaat over Tao-mentorschap. Ik ben geen taoïste, maar dit boekje is een klein juweel wat me vaak geïnspireerd heeft. Het staat vol wijze lessen die je kunt toepassen in welke relatie dan ook; die van  leraar-leerling, therapeut-cliënt, ouder-kind, met familie, vrienden, op je werk.

Volgens de Tao is het belangrijk om de dualiteit te neutraliseren, Wu Ming. Het hele bestaan is cirkelvormig. Als mentor ben je ook een voortreffelijke leerling en de uitstekende leerling is tegelijkertijd een goede mentor. En daarnaast spreekt de Tao over het belang van ‘de lege ruimte van wijsheid’ Wu Ji.  Dat er, als mensen elkaar ontmoeten, een lege ruimte is tussen geven en ontvangen. Een plek ‘met de stroom mee’, een plek van ‘niet weten’.

“Diepgaande groei en verandering komen wanneer men bereid is om los te laten en gewend te raken aan ‘niet-weten’. Het loslaten van vooropgezette ideeën, van de neiging om te oordelen en aan problemen vast te houden: het is de bereidheid om te onderzoeken en te waarderen wat er is, met gerichte aandacht en vol vertrouwen.”

Mijn ervaring voor mezelf, en met de mensen die ik ontmoet in mijn praktijk, is dat als er een conflict of probleem met iemand is, dat meestal die open ruimte is verdwenen. Er is alleen nog een aanvallen, verdedigen, vasthouden aan eigen gelijk. Dat wordt vaak veroorzaakt door pijn, frustratie en onvermogen om echt naar de ander te kunnen luisteren.

De  oude Nederlandse gezegden: de waarheid ligt in het midden en spreken is zilver, zwijgen is goud, gaan over de kunst van het juist spreken. Niet toevallig is zowel in de joodse chassidische traditie als in het boeddhisme juist spreken een beoefening. Dat vraagt om open te kijken en luisteren naar wat zich aandient. Het te wegen in jezelf. En bij momenten te zwijgen, maar ook momenten waarop je je wel uitspreekt en handelt. Een ware levenskunst. Laten we elkaar steunen en bemoedigen in die beoefening in het leven van alle dag.

Alle goeds wens ik je in 2023

Mariejan

De balans tussen uniciteit en eenheid

Een bijdrage tot de statistiek
Wislawa Szymborska

Op elke honderd mensen

zijn er tweeënvijftig
die alles beter weten,

onzeker van elke stap –
bijna de hele rest

bereid om te helpen,
als het niet te lang duurt
– wel negenenveertig,

de goedheid zelve,
omdat ze niet anders kunnen
– vier, nou misschien vijf,

in staat tot bewondering zonder afgunst
– achttien,

om de tuin geleid
door de jeugd die voorbij gaat
– plusminus zestig,

nemen er vierenveertig
alles serieus,

leven er in voortdurende angst
voor iemand of iets
– zevenenzeventig,

hebben er talent om gelukkig te zijn
– twintig, hoogstens dertig,

zijn als individu ongevaarlijk
maar slaan los in de massa
– meer dan de helft, minstens,

wreed,
als omstandigheden hen dwingen
– hoeveel weet ik liever niet
ook niet ongeveer,

wijs door schade
– niet veel meer
dan zonder,

willen er van het leven alleen dingen
– dertig,
hoewel ik me liever vergis,

krimpen in elkaar en hebben pijn,
zonder lantaarn in het donker
– drieëntachtig,
vroeg of laat,

zijn tamelijk veel
rechtvaardig – vijfendertig,

maar als rechtvaardigheid
de moeite van begrijpen verreist
– drie,

verdienen er medelijden
– negenennegentig

zijn er sterfelijk
– honderd op de honderd

Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Dit gedicht las ik vlak voor kerst. Het verwoordt voor mij zo goed hoe verschillend we kunnen zijn. Door karakter, door wat we mee hebben gemaakt in ons leven, door onze fysieke gesteldheid, door simpelweg het land waarin onze wieg heeft gestaan. We zijn zo verschillend en tegelijkertijd worden we allemaal geraakt in ons mens-zijn en zijn we sterfelijk. Het is zo belangrijk dat we, in deze tijd van crisis en polarisatie, respect en compassie blijven voelen voor elkaar. Er is saamhorigheid nodig, met daarin ruimte voor anders zijn.


Omslagontwerp boek Minyan door Mesika Design

Ik moet denken aan de workshops Joodse zang die ik gaf in El Bloque en Sacarest, in Spanje. Altijd besteedde ik daar aandacht aan het thema uniciteit (Jetser Hara) en eenheid (Jetser Hatov). Al zingend, mediterend, schrijvend, reflecterend, onderzocht ieder die aspecten in zichzelf en deelden we onze inzichten. We lieten ons daarbij inspireren  door het boek Minyan van Rabbi Rami M. Shapiro, waaruit  ik hieronder nu ook vrij citeer:
Jetser Hara is het vermogen om uniciteit, verschillen, anders-zijn waar te nemen. Het is je talent om je op jezelf te concentreren, jezelf van al het andere los te maken. Jetser Hatov is het vermogen om de onderlinge afhankelijkheid van de dingen waar te nemen, je neiging om verschillen te overbruggen, een gemeenschap op te bouwen, harmonie tot stand te brengen.
Het is belangrijk om in je leven een balans te vinden tussen uniciteit en eenheid. Uniciteit zonder het inzicht van eenheid wordt egocentrisch, egoïstisch, je raakt geïsoleerd. Eenheid zonder het inzicht van uniciteit wordt dogmatisch, saai. De vrije wil verdwijnt. Een gezonde wereld heeft dus beide nodig: zowel de individualiteit wordt verwelkomd en gerespecteerd als het streven naar verbondenheid en harmonie.

Het is voor ieder mens een hele uitdaging om die balans te vinden, zeker in deze tijd waarin er zoveel onzekerheid en angst is. Hoe behoud en versterk ik mijn innerlijke anker?
Zelf ervaar ik de natuur als heel troostend en voedend. Het zijn-in-de-natuur voedt mijn zelfreflectie en zelfbezinning. Niet me mee laten voeren door de waan van de dag, maar pas op de plaats maken. Dat is nodig om overzicht te houden in alle stormen die er op dit moment zijn, zoals Covid 19, de opwarming van de aarde, de vluchtelingenproblematiek, de groter wordende kloof tussen arm en rijk.

Bezin je op jezelf, kies jouw bijzondere weg en breng je wezen tot eenheid.
Begin bij jezelf maar eindig niet bij jezelf.   Martin Buber

Ik wens je in 2022 gezondheid in brede zin en momenten van eenvoudig genieten van wat er is, alleen en in verbinding met anderen.

Hartegroet
Mariejan

Dank aan twee wijze, eigenzinnige vrouwen

Roos

In juni heb ik voor het eerst mijn AOW uitkering  gekregen. Ik vond dat toch een hele gebeurtenis. Na 30 jaar ZZP-er zijn en zelf werk en inkomen te genereren, ontvang ik nu maandelijks een bedrag zonder daarvoor te hoeven werken. Ik vind dat nog steeds een luxe en ik besef dat ik in een rijk land woon. Ik wilde daar echt even bij stil staan en besloot een week in mijn eentje te gaan fietsen en stil te staan bij de vraag: “Blijf ik werken en zo ja hoe dan?”

Het alleen fietsen vind ik altijd heerlijk. De wind door mijn haren voelen, de natuur die veel sterker binnenkomt, onverwachte ontmoetingen met mensen. Het zijn altijd kleine pelgrimages.

Tijdens de tocht kreeg ik bericht dat Anke Brokstra was overleden. Anke is een belangrijke gids voor me geweest. Bij haar werkte ik via zang aan mezelf. Ik leerde mezelf meer te uiten en kwam uit voor mijn verlangen om  zangeres te zijn. Mijn fietstocht brengt me twee dagen later in Deventer waar ik Dien Latour wil bezoeken. Dien was 10 jaar lang mijn zangpedagoge toen ik concerten gaf. Staand voor haar huis hoorde ik van de buren dat ze dit voorjaar was overleden. Ik wist wel dat Dien in haar laatste levensfase was, maar toch overviel het me.

Wat wonderlijk dat ik hoor van hun overlijden, terwijl ik onderweg ben met de vraag: “Blijf ik werken en zo ja hoe dan?”.  Want deze twee wijze, eigenzinnige  vrouwen, die mijn gidsen waren, zijn zeker tot hun 75ste blijven werken. Ook ik ben nu nog aan het werk na mijn AOW leeftijd, wel minder dagen en meer ruimte voor andere dingen. Het zal zich vanzelf ontvouwen wanneer ik ga stoppen.

In deze blog wil ik Anke en Dien in het licht zetten en ze eren en danken.

Anke had de gave om mensen echt te inspireren en hen te stimuleren hun hart te volgen en hun eigenheid te leven. Dat deed ze op onorthodoxe wijze: een mengeling van liefde, wijsheid, zorg, gezelligheid, humor, bemoediging en pit. Ik was 29 jaar en  belandde bij haar kort nadat ik had gezegd: “Ik ga zingen!” Ik begon met een stoomcursus zingen en ging door in een vaste groep. Er ging een wereld voor me open. Ik ontdekte verschillende muziekstijlen, kon experimenteren en spelenderwijs ervaring opdoen in het zingen voor een groep. Ik heb mensen Mahler-liederen horen zingen, zó prachtig, authentiek en doorleefd. Iedereen bloeide op in haar groepen.

Op een dag kwam ze, op weg naar haar vakantiehuisje in Brabant, bij me langs. Tijdens de thee zei ze: ”Jij moet les gaan geven”. Ik werd erdoor overvallen en moest erg lachen. De nacht erna lag ik er wakker van; het was toch wel binnengekomen. Een jaar later gáf ik mijn eerste zangles, in mijn eigen woonkamer. Alles wat ik geleerd en ervaren had, kwam tot uiting in die lessen, kreeg vorm in woorden, klanken en beweging. Ik zocht en vond mijn manier van werken.

Anke heeft me als geen ander geïnspireerd en aangespoord  om van zingen -mijn passie- mijn werk te maken, en dat vooral op mijn manier te doen. Nadat ik stopte met lessen bij haar raakten we elkaar uit het oog. Maar in mijn hart ben ik haar altijd blijven eren.

Dien was op een heel andere manier van betekenis. Ze haalde veel ‘heilige huisjes’ over klassieke zang omver. Het was in de tijd dat ik concerten gaf samen met pianist Jacques Verheijen, we vertolkten Jiddisje liederen.

Dien  kon eruit zien als een dame, maar had iets heel ondeugends. Ze was wijs en kon diep werken met stem en adem. Ze heeft me veel geleerd over spelen met klankkleuren, dictie en declameren. Ook over zeggingskracht en  ‘aanwezig zijn’ op het toneel.

Toen mijn stem veranderde van mezzo sopraan naar lage alt werd ik onzeker over mijn stem. Ook toen was zij een grote steun voor me. Ze begreep dat dit spannend was en angst opriep. Ze relativeerde zonder te ontkennen dat het lastig was. Ze stimuleerde me om te accepteren hoe het was en daarin de vrijheid weer terug te vinden. Ze bracht rust in dit, bij momenten, heftige proces en liet me ervaren dat het me ook iets bracht.

Nadat de buren me verteld hadden dat Dien was overleden, liep ik richting de IJssel om daar even te zitten op een bankje. Op weg daar naar toe zag  ik, op een pleintje, twee meisje zitten die spulletjes verkochten. Mijn oog viel op een mooie witte roos, die ze geplukt hadden in hun tuin. Ik kocht de roos voor 25 eurocent. Staand aan de IJssel legde ik de roos in het water en terwijl de stroming de roos meevoerde zong ik mijn laatste lied voor haar. Later toen ik weer op de fiets zat besefte ik: dit afscheid paste zo bij haar. Ze hield van spelen, werken met wat op je pad komt, van eenvoudige gebaren.

Gidsen zijn belangrijk in je leven. Ik ben Anneg en Dien dankbaar voor hun wijze lessen, speelsheid, eigenzinnigheid en diepgang. Ze hebben mij, ieder op eigen wijze, geholpen en geïnspireerd om mijn kwaliteiten te ontwikkelen. Die tocht bracht me regelmatig op niet gebaande paden. Blijven geloven in mezelf was dan wel nodig. Zij hebben me dat voorgeleefd. Ervaringen van het werken met hen liggen diep in me opgeslagen en hebben me gevormd.

Ze leven allebei door in mij, in hoe ik leef en werk.

 

We hebben meer veerkracht dan we vermoeden

Deze kaart: ‘De vlucht naar Egypte van Giotto (1267-1337)’ kocht ik jaren terug in de Basillica di St Francesco in Assisi. We waren daar beland na een hachelijk avontuur. In Ancona was onze auto opengebroken en waren alle koffers gestolen. Enigszins bekomen van de schok streken we even later neer in Assisi, zonder bagage, met alleen de kleren die we aan hadden. Ik vond het ook wel symbolisch op de plek waar St Franciscus had geleefd…

De vlucht naar Egypte:  Het Christuskind is geboren. Jozef en Maria zijn op weg naar Egypte, engelen waken over hen. De beeltenis ademt rust en toch zijn ze op de vlucht.  Ik moet denken aan de vluchtelingen in deze tijd.  Alle mensen die wereldwijd op de vlucht zijn voor oorlogen, natuurrampen. Vaak  gedreven door armoede. Op zoek naar een veilige plek, een menswaardig bestaan.

Op dit moment  lijdt een flink  deel van de wereldbevolking onder het coronavirus.  Het virus treft kwetsbaren en ouderen. Er worden maatregelen  genomen die  verstrekkende gevolgen hebben:  maatschappelijk, economisch, sociaal, psychisch.  Veel mensen zien hun hele wereld in elkaar storten door (dreigend) faillissement, schulden, verlies van dierbaren en/of eigen gezondheid.  Mensen voelen zich eenzaam,  angsten laaien op.  Ook is er onvrede over alle maatregelen. Belangrijk dat kritische stemmen gehoord blijven worden, maar het kan soms  lastig zijn om de heldere  kritische geluiden te onderscheiden van dwaalsporen.

Al mijmerend sta ik stil bij het gegeven dat enerzijds de  vluchtelingen op zoek zijn naar een veilige ‘thuishaven’ en dat anderzijds veel  mensen in de lock-down  zich juist gevangen voelen in hun ‘thuisplek’.  We worstelen allemaal, ieder op eigen wijze, met de onveiligheid van het bestaan, met onze kwetsbaarheid.  Niet alles is maakbaar en oplosbaar. Ik moet  denken aan een tekst van Rilke:

Wij moeten ons bestaan aanvaarden voor zover het maar enigszins mogelijk is; alles, ook het ongelooflijke, moet daarin mogelijk zijn. In feite is de enige moed die van ons wordt verlangd: het moedig zijn tegenover het vreemdste, wonderlijkster en ondoorgrondelijkste dat ons kan overkomen……..Wij hebben geen reden tot argwaan jegens onze wereld, want zij is niet tegen ons. Heeft zij verschrikkingen, dan zijn dat onze verschrikkingen; heeft zij afgronden dan behoren die afgronden ons toe; zijn er gevaren dan moeten wij proberen ze lief te hebben….. Hoe zouden wij die oude mythen kunnen vergeten die aan de wieg van alle volkeren staan- de mythen over draken die op het allerlaatste ogenblik in een prinses veranderen; misschien zijn alle draken uit ons leven wel prinsessen die er alleen maar op wachten ons mooi en moedig te zien. Misschien is al het verschrikkelijke in diepste wezen wel het hulpeloze dat om hulp vraagt  

Uit:  “Brieven aan een jonge dichter.” van Rainer Maria Rilke

Het hulpeloze dat om hulp vraagt. Deze hele crisis confronteert ons met hoe we omgaan met de aarde, met mensen en dieren. Soms kan het zo overweldigend voelen dat je lamgeslagen voelt en denkt dat je overgeleverd bent aan krachten waar je geen invloed op heb. De Dalai lama zegt:

 “Als je denkt dat je te klein bent om het verschil uit te maken, probeer dan eens een nacht te slapen met een mug op de kamer”

We hebben meer veerkracht dan we vermoeden. Het is echt de uitdaging om innerlijke rust te blijven voeden. Om  geduld, moed, compassie en creativiteit  in te blijven zetten.

je zou de rust moeten hebben                                 

van een vogel gezeten op een tak

de voorzichtigheid van te staan aan een afgrond

de lichtvoetigheid van lopen op dun ijs.                                  Willem Hussem

                                                         

Dat wens ik iedereen toe -ook mezelf- in de uitdagingen waar we voor staan.

Mariejan

De helende kracht van de natuur

Long walks, short talks

Long walks short talks, swimming in the sea of silence.
Long walks short talks, swimming in the sea……

Another dimension is growing inside, the feeling of a careless child.
Asking the sea all kinds of questions, not even waiting for the answer….

Toen ik 29 jaar was, ontstond dit liedje als vanzelf. Het was tijdens de strand-zesdaagse: 6 dagen wandelen van Hoek van Holland naar Den Helder. Fantastisch vond ik het. Soms waren mijn benen moe, maar vaker ervoer ik geluksmomenten. Een gevoel van vrijheid: ik en de zee, de zee en ik.  Mijn hele hoofd waaide leeg, er opende zich een andere dimensie, als vanzelf kwamen melodieën, woorden, ideeën.

Deze zomer, 35 jaar later, hoor ik mezelf ineens dat liedje weer zingen. Op een stil, rustig strand loop ik met mijn blote voeten door het zoute water en komen de woorden en melodie als vanzelf terug. Tijd bestaat niet, zo lijkt het. Ineens is het er.

Ik houd van de zee, het strand, de duinen. Hoef niet op vakantie naar het buitenland; Schoorl is goud voor mij. Aan het begin is er nog de volheid van alles in mijn leven en gaandeweg wordt het leger. Ik laaf me aan de weidsheid, de golven, geluiden, kleuren en geuren. Na al die jaren weet ik de rustige plekjes te vinden. Wandelen langs de zee en dan ineens het gevoel: Ik wil erin! De frisheid van het zoute water. Heerlijk! Het spelen met de golven. Het ‘zeemeisje’ wordt wakker en gaandeweg, als vanzelf, komen de mijmeringen, inspirerende gedachten en ideeën. Over mijn leven en wat ik zou willen en kan bijdragen. Een gevoel van heelheid.

zee neem mij maar mee
zomaar op blote voeten
ren ik te water                          
Ben Bos

De helende kracht van de natuur heb ik in deze corona-tijd dieper ervaren. Daarin ben ik niet alleen, ik hoor het veel om me heen. De schoonheid, troost, ruimte en rust die zo belangrijk zijn voor ons algehele welzijn, voor onze gezondheid, creativiteit en niet te vergeten: ons  immuunsysteem! Juist nu. Het geeft tegenwicht aan alle onzekerheid, angst, onmacht en zorgen die er ook kunnen zijn. Je hoeft niet altijd lang en ver weg te gaan, het kan ook in kleine momenten zitten, heel dichtbij: genieten van de bloemen in je tuin of op je balkon, een oude boom in het plantsoen vlakbij je huis, het schouwspel van de wind en de wolken, het avondlicht wat tijdens een avondwandeling alles een diepere glans geeft.
Natuurlijk is het belangrijk om alle bepalingen in acht te nemen uit zorg jezelf en voor elkaar: 1,5 meter, handen wassen, luchten, testen, quarantaine, drukte vermijden en respectvol omgaan met elkaar. Maar zorgen voor je welzijn door voeding, leefwijze en ruimte voor expressie is daarnaast van grote waarde.

Corona raakt ons in ons persoonlijk leven, in onze sociale contacten. Verlies van dierbaren, beperking van vrijheden. Angst en onzekerheid over hoe verder, protest tegen maatregelen. Het is complex, overweldigend soms. Al die verschillende aspecten vragen om wijsheid, helder verstand, geduld en compassie. Reflectie, bezinning en bewustwording zijn hard nodig in crisis tijden. We kunnen elkaar daaraan herinneren, daarbij steunen, stimuleren en inspireren.

Mariejan

de drie grootste schatten

Lemniscaat, glas in lood , www.piet-van-meel.nl

 

“Ik heb maar drie dingen te onderwijzen: eenvoud geduld en mededogen. Dit zijn de grootste schatten. Eenvoudig in acties en gedachten keer je terug naar de Bron van het Zijn. Als je geduld hebt met vrienden en vijanden ben je in overeen- stemming met het zijn van alle dingen. Als je mededogen met jezelf hebt, kun je alle wezens op deze wereld verzoenen.” Lao Tse

In deze onzekere tijden een bemoedigende groet van mij. Ik volg de richtlijnen van de regering, in mijn praktijk ontvang ik geen mensen. Wel werk ik via telefoon en beeldbellen. Verrast ben ik door de luister-concentratie die ontstaat, de nabijheid en diepte.

De Lemniscaat is het symbool van het eeuwige leven en van de wisselwerking tussen tegengestelde krachten. Twee uiterste polen worden met elkaar verbonden door een vloeiende lijn. In het midden worden alle tegenstellingen met elkaar verbonden. De tekst van Lao Tse vertelt over het midden, waar geduld, eenvoud en compassie ‘wonen’. Wat een oefening is dat!

Juist in deze onzekere tijden waarin het coronavirus ons onze kwetsbaarheid zo laat voelen. Een tijd waarin we meegesleept kunnen worden door angst voor ziekte, eenzaamheid, verlies van dierbaren, financiële zorgen. Het vastraken in zorgen over de toekomst. De confrontatie met onze onrust, de behoefte om te controleren. Hoe vind je dan de weg naar eenvoud, geduld en compassie?

Ik kan bij momenten enorme tegenstellingen ervaren. Gisteren genoot ik, door het advies rondom huis te blijven, van een boek lezen in de lentezon. Wetend dat patiënten en hun families door een hel gaan en dat artsen, verpleging en schoonmakers lange dagen maken en geconfronteerd worden met heftig lijden. Hoe rijm ik dat met elkaar? Leven met 1,5 meter afstand, de kleinkinderen nauwelijks zien en dan op afstand. Alle beperkingen en onzekerheden, het isolement waarin mensen terecht komen en tegelijk meer rust, schonere lucht. Het besef dat ik in een rijk land woon. Nederland die ‘opschaalt’ naar  2400 IC-bedden, terwijl de mensen in vluchtelingenkampen en krottenwijken dicht op elkaar leven, zonder de voorzieningen die nodig zijn. Het is te groot allemaal om te bevatten. Het kan me een onmachtig gevoel geven en me terugwerpen op mezelf.

Living is learning.  De woorden van Lao Tse herinneren me aan hoe hard die drie schatten nodig zijn: eenvoud, geduld en compassie. De enige weg om iets van het midden te ervaren en het te versterken is door in jezelf de uitersten toe te laten, te erkennen, te doorleven en jezelf te bezien met compassie. Keer op keer op keer. Door nederig iedere dag  te oefenen, verstrikt te raken, te vallen en weer op te staan. Te doen wat binnen je vermogen ligt. En de momenten te vieren dat je rust ervaart, thuis bent bij jezelf. Dat is wat ik voor mezelf als leidraad heb in deze tijd.

Ik merk dat ik, naarmate deze onzekere tijd langer duurt, steeds meer behoefte krijg aan woorden die me helpen om met een andere blik te kijken naar wat er in en om me heen gebeurt. Ik heb behoefte aan de wijsheid van filosofen, dichters en mystici. Ze raken een andere laag in me aan. Ze inspireren me om wat er gebeurt in een ander perspectief te zien. Zowel  het leven heel dichtbij als ver weg Want de pandemie dwingt ons ook om verder te kijken, over landsgrenzen en werelddelen heen. Dit weekend las ik in de NRC een artikel van Damiaan Denys (psychiater en filosoof). Hij schrijft: Het virus… legt de angst voor onze kwetsbaarheid  bloot…. Is het virus wel onze vijand of  is het onze leefstijl die het ontwierp, de angst die het onderhoudt of de controle waar we naar hunkeren? Lees meer : https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/03/je-kunt-corona-ook-omarmen-a3995834

Ik wil eindigen met de troost die de natuur biedt. Ik woon aan de rand van een park. Nog nooit heb ik zoveel mensen zien wandelen door het stukje bos, zien liggen op het gras. Ook zelf merk ik dat ik meer oog heb voor de wereld heel dicht om me heen. Door alles heen ontluikt de lente en schenkt ze ons haar schoonheid, troost en inspiratie. En is er de lentezon die ons koestert.

Daarom kies ik als slot een lievelingslied van me, van de Pools-Joodse volksdichter en componist Mordechai Gebirtig: “A zuniker shtral”. Hij schreef het lied in 1942, net verjaagd uit zijn huis. Onzeker over de toekomst, midden in een dreigende oorlog, schrijft hij dit lied van hoop. Hij ziet hoe een straal zonlicht op zijn bed valt. De voorbode van de lieve lente. De lente, de engel van liefde, vreugde. Een aankondiging van vrede voor iedereen. Je kunt het beluisteren op:   https://open.spotify.com/track/3Yl3BYoE08zTC8dRhqyH4X?si=obTpJRMvReyDPVxZHc0jow

Ik wens je alle goeds,  Mariejan

A zuniker shtral, Mordechai Gebirtig


A zuniker shrtal iz aroyf af mayn bet.

Fun libinkn friling der ershter shtafet.

Un tsertlekh genumen mikh vekn, mikh vekn,

shtey oyf mentsh es togt shoyn der hon hot gekrayt.

Der friling der malekh fun libe un frayd,

er kumt on fun ale fir ekn.




Shtey oyf- mentsh! Es togt shoyn,

der shtral tsu mir redt-

Un vorem-mit libe mikh tsertelt un glet.

Aroys gey, aroys gey farshpreyt di yediye,

s’vet bald un gikh kumen oyf valt un oyf feld,

oyf ale min feygl, oyf mentsh un oyf velt,

di lang shoyn dervarte yeshiye.




Shtey oyf- mentsh! Es togt shoyn,

der shtral tsu mir redt.

Un vorem- mit libe mikh tsertlt un glet.

Der friling, der onsog fun fridn, fun fridn.

Bald vet fun zayn blik zikh tsebliyen dos feld.

Un likhtik un fray vet bald vern di velt-

Far ale un oykh far aykh yidn.

Vertaling:

Een straal zonlicht valt op mijn bed. Het is de voorbode van de lieve lente. En ze wekt me teder. Sta op mens, de dag begint, de haan heeft gekraaid. De lente, de engel van liefde en vreugde, hij komt uit alle hoeken.

Sta op mens! De dag begint, zegt de straal tegen me. En ze omhelst en streelt me met warmte.  Sta op en verspreidt het goede nieuws. Het zal snel komen, in de bossen, op de velden, bij alle vogels, bij de mensen, in de wereld. De lang verwachte zegening.

Sta op mens! De dag begint, zegt de straal tegen me. Eze omhelst en streelt me met warmte. De lente, de verkondiging van de vrede, van vrede. Spoedig zal door zijn glans het veld tot bloei komen en de wereld zal licht en vrij worden voor iedereen, ook voor jullie joden.

De balans tussen zijn en doen

Het is de tweede week in december. In de vroege ochtend zie ik vanuit mijn keukenraam mistflarden over het veld zweven. Ik besluit te gaan hardlopen in het bos. Wind en regen hebben een tapijt van natte bladeren over de aarde gestrooid. De bomen staan verstild, hun natte bast glanst. In die stille sfeer vertraagt mijn pas, als vanzelf. Ik hoor een regen van dikke druppels op natte bladeren en val stil. De mist regent! 

Het lijkt wel of dit jaar de herfst langer duurt. Over een week is het  al midwinter en vieren we de terugkeer van het licht. Het zijn de donkere dagen voor kerst. Al vroeg in de middag begint de schemering. De natuur trekt zich terug. Alle aandacht gaat naar worteling en in de aarde ligt de belofte van alle zaden. Wachtend op het licht en de warmte van de zon in het voorjaar.

Over de eerbied 1

Gij moet het zo laten
het zaad dat ligt te slapen
en dat al kiem gaat maken.

Dit eerstelingsbewegen
van leven binnen leven
vermijd het te geraken.

Laat het stil in zijn waarde,
zaad in de donkere aarde;
zaad in de donkere aarde.

En het zal groen ontwaken.                    

Ida Gerhardt

Mijn hele wezen wil meegaan in deze beweging van inkeer die ik zie en ervaar in de natuur om me heen. Toch lukt me dat niet. Er is veel te doen, af te ronden, voor te bereiden. Regelmatig wordt ik teveel meegenomen door taken die weliswaar belangrijk zijn maar toch heel goed gedaan kunnen worden met rust. Het vraagt voortdurende oefening in balans vinden tussen zijn en doen, een oefening die ik goed ken. Soms loop ik vast maar gelukkig zijn er steeds ook de momenten dat ik samenval met wat is. Gouden momenten waarin ik even word opgetild.

Ik neem me opnieuw voor om te vertragen, te werken vanuit de tai-chi modus. Zo kan ik mezelf de ruimte geven om langzaamaan meer afgestemd te raken op wat de natuur me in alle eenvoud voor leeft. Het ritme van de seizoenen. Er is tijd, tijd voor rust, ontkiemen, groeien, bloeien, rijpen en loslaten. Daarin besloten ligt het diepe vertrouwen dat het licht altijd weer terugkeert, dat het zich in de donkerte toont.

Of hoe dat heet

Gelukkig dat
het licht bestaat

en dat het met
me doet en praat

en dat ik weet
dat ik er vandaan

kom, van het licht
of hoe dat heet.                      

Hans Andreus

Ik wens je fijne dagen toe en een liefdevol  nieuw jaar waarin je geïnspireerd mag worden door de wijsheid van moeder aarde. Dat het licht je leven mag doorstralen. Dat het ons mag leiden bij de grote taak die we als mensen hebben om beter met onze aarde en onze medemensen om te gaan.

Mariejan

De onbeschrijfelijke werkelijkheid

herman de vries: rosa canina 2001

 

De laatste tijd vraag ik me af: Hoeveel zie en ervaar ik van de werkelijkheid om me heen? Die vraag is gewekt door de natuurfotografie van mijn dochter. Zij fotografeert de wereld van de microkosmos. Een klein kevertje, hommels, libellen, een rijke wereld waar ik vaak aan voorbij loop omdat mijn blik of mijn aandacht gericht is op andere dingen. Niet dat ik niet geniet van de schoonheid, maar ik kan die gelaagdheid niet steeds zien, toelaten en ervaren. Het voelt soms ook te groot om allemaal te kunnen bevatten.

Deze zomer was ik weer in Schoorl. Fietsend door de prachtige duinen met de bloeiende heide moest ik  denken aan Rainer Maria Rilke. Hij schrijft op 13 september 1907 aan zijn vrouw Clara: “…nooit ben ik door heide zo geroerd, aangegrepen bijna, als kortgeleden toen ik in je lieve brief deze drie takjes vond.” Rilke is  geraakt door de kleur, de geur, de vorm, die hij uitvoerig schetst in woorden. Hij schrijft haar, hoe hij, wandelend door de overvloed van een bloeiend heideveld, die schoonheid niet kon ervaren omdat hij zo versnipperd was over allerlei dingen. En dan zegt hij: “Alleen de tien dagen na de geboorte van Ruth (zijn dochter) heb ik geloof ik, zonder verlies geleefd en vond ik de werkelijkheid zo onbeschrijfelijk, tot in het kleinste toe, zoals zij waarschijnlijk altijd is.” In die laatste woorden herken ik mijn eigen verlangen te leven ‘zonder verlies’ en de werkelijkheid dieper te ervaren.

Door een vriendin werd ik attent gemaakt op de tentoonstelling Voor je voeten, van Herman de Vries, in het Stedelijk Museum Alkmaar. Ze vertelde dat het zo’n mooie en verstilde tentoonstelling was. Daar zag ik een bijzonder werk: Rosa Canina: veertien takken van de hondsroos verticaal gerangschikt. Doordat de takken zo verrassend gerangschikt waren werd ik getroffen door de schoonheid ervan. Iedere tak heeft een unieke tekening van doornen en toch zijn het allemaal takken van de hondsroos. Terwijl ik regelmatig mijn rozen snoei heb ik nog nooit zo naar de takken met doornen gekeken. Herman de Vries duidt niets maar rangschikt en toont. Door de manier waarop hij de werkelijkheid laat zien, licht hij een tip van de sluier op van een diepe waarheid: hoe alles uniek is en toch met elkaar verbonden.

Het werk ‘Rosa Canina’ is een prachtige metafoor voor de wereld van de mens. We zijn allemaal uniek en het is goed om onze talenten te leven en onze uniciteit tot uitdrukking te brengen. En we zijn allemaal verbonden met elkaar in ons menszijn. Een gemeenschap waar geen ruimte is voor ieders eigenheid is star, saai en wordt levenloos. Een persoon die op zichzelf gericht blijft mist medeleven en compassie. Rabbi Rami. M. Shapiro schrijft in het boek Minyan:  Een gezonde wereld heeft beide nodig: zowel… de individualiteit als… de onderlinge afhankelijkheid. De menselijke geest draagt beide neigingen in zich en moet de een met de ander in balans houden…..De spirituele praktijk heeft tot doel deze twee neigingen met elkaar in evenwicht te brengen en zo je talenten door het zelf naar eenheid te leiden.”

Het is precies dit spanningsveld dat ik zelf heel goed ken en veel in het werken met mensen tegenkom. Het werken met stem is een uitnodiging om die uniciteit te laten klinken. Mijn streven is om de vrijheid en verdieping die dan ontstaat in te zetten ten dienste van een groter geheel. Al jaren staat de volgende tekst van Martin Buber op mijn website: “Waarom moet ik me op mezelf bezinnen, waarom mijn wezen tot eenheid brengen…..Niet ter wille van mezelf….bij zichzelf beginnen maar niet bij zichzelf eindigen, van zichzelf uitgaan maar niet naar zichzelf toe streven, zichzelf zijn maar niet met zichzelf bezig zijn.”

Mariejan

 

De zachte kracht van vriendelijkheid


In 2014, tijdens mijn sabbatical, fietste ik het Pieterpad. Het was volop lente, de zomer al voelbaar. Het was een feest om in mijn eentje door het Hollandse landschap te fietsen: de velden volop in bloei, de stille heide, de bossen vol vogelgezang, beekjes. De verschillende sferen van de provincies, zowel in natuur, cultuur als in de geschiedenis. Aan het eind van de dag vond ik steeds een slaapplaats bij mensen die lid waren van Vrienden op de fiets. Voor een kleine vergoeding kon ik dan slapen in een schoon bed en stond er de volgende ochtend een lekker ontbijtje voor me klaar.

Vooraf had ik niet beseft hoe belangrijk die gastvrijheid tijdens mijn pelgrimstocht zou zijn. Het is zo verwarmend, zeker wanneer je alleen reist, om een welkom te vinden. Gastvrijheid die door ieder weer op eigen wijze werd vormgegeven. Op een adres stond op mijn slaapkamer, naast mijn bed, een klein tafeltje met daarop een schoteltje met een perzik. Heel verzorgd, met een servetje erbij en een klein mesje. Een oeroud gebaar,  deze  eenvoudige verwennerij. Een teken van vriendelijkheid, zorg en aandacht.

gewoon aardig zijn, zonder verdere bedoelingen, goed is voor jezelf en voor anderen. Dat schrijft Piero Ferrucci  in zijn boek “Vriendelijkheid als levenshouding en helende kracht”. De Dalai Lama zegt in het voorwoord: “Vriendelijkheid en mededogen zijn basiselementen in ons leven, ze geven het betekenis. Ze zijn een bron van duurzaam geluk en duurzame vreugde. Ze vormen het fundament van een goed hart, het hart van iemand die handelt vanuit het verlangen om anderen te helpen…. Willen we ons leven waardevol maken, dan zullen we fundamenteel goede menselijke eigenschappen zoals warmhartigheid, vriendelijkheid en mededogen moeten ontwikkelen en voeden.”

Ja, de zachte krachten van vriendelijkheid, daar worden we allemaal beter van.

Mariejan

Pagina 1 of 3

Mogelijk gemaakt door Digitale Doeners