Roos

In juni heb ik voor het eerst mijn AOW uitkering  gekregen. Ik vond dat toch een hele gebeurtenis. Na 30 jaar ZZP-er zijn en zelf werk en inkomen te genereren, ontvang ik nu maandelijks een bedrag zonder daarvoor te hoeven werken. Ik vind dat nog steeds een luxe en ik besef dat ik in een rijk land woon. Ik wilde daar echt even bij stil staan en besloot een week in mijn eentje te gaan fietsen en stil te staan bij de vraag: “Blijf ik werken en zo ja hoe dan?”

Het alleen fietsen vind ik altijd heerlijk. De wind door mijn haren voelen, de natuur die veel sterker binnenkomt, onverwachte ontmoetingen met mensen. Het zijn altijd kleine pelgrimages.

Tijdens de tocht kreeg ik bericht dat Anneg Konings was overleden. Anneg is een belangrijke gids voor me geweest. Bij haar werkte ik via zang aan mezelf. Ik leerde mezelf meer te uiten en kwam uit voor mijn verlangen om  zangeres te zijn. Mijn fietstocht brengt me twee dagen later in Deventer waar ik Dien Latour wil bezoeken. Dien was 10 jaar lang mijn zangpedagoge toen ik concerten gaf. Staand voor haar huis hoorde ik van de buren dat ze dit voorjaar was overleden. Ik wist wel dat Dien in haar laatste levensfase was, maar toch overviel het me.

Wat wonderlijk dat ik hoor van hun overlijden, terwijl ik onderweg ben met de vraag: “Blijf ik werken en zo ja hoe dan?”.  Want deze twee wijze, eigenzinnige  vrouwen, die mijn gidsen waren, zijn zeker tot hun 75ste blijven werken. Ook ik ben nu nog aan het werk na mijn AOW leeftijd, wel minder dagen en meer ruimte voor andere dingen. Het zal zich vanzelf ontvouwen wanneer ik ga stoppen.

In deze blog wil ik Anneg en Dien in het licht zetten en ze eren en danken.

Anneg had de gave om mensen echt te inspireren en hen te stimuleren hun hart te volgen en hun eigenheid te leven. Dat deed ze op onorthodoxe wijze: een mengeling van liefde, wijsheid, zorg, gezelligheid, humor, bemoediging en pit. Ik was 29 jaar en  belandde bij haar kort nadat ik had gezegd: “Ik ga zingen!” Ik begon met een stoomcursus zingen en ging door in een vaste groep. Er ging een wereld voor me open. Ik ontdekte verschillende muziekstijlen, kon experimenteren en spelenderwijs ervaring opdoen in het zingen voor een groep. Ik heb mensen Mahler-liederen horen zingen, zó prachtig, authentiek en doorleefd. Iedereen bloeide op in haar groepen.

Op een dag kwam ze, op weg naar haar vakantiehuisje in Brabant, bij me langs. Tijdens de thee zei ze: ”Jij moet les gaan geven”. Ik werd erdoor overvallen en moest erg lachen. De nacht erna lag ik er wakker van; het was toch wel binnengekomen. Een jaar later gáf ik mijn eerste zangles, in mijn eigen woonkamer. Alles wat ik geleerd en ervaren had, kwam tot uiting in die lessen, kreeg vorm in woorden, klanken en beweging. Ik zocht en vond mijn manier van werken.

Anneg heeft me als geen ander geïnspireerd en aangespoord  om van zingen -mijn passie- mijn werk te maken, en dat vooral op mijn manier te doen. Nadat ik stopte met lessen bij haar raakten we elkaar uit het oog. Maar in mijn hart ben ik haar altijd blijven eren.

Dien was op een heel andere manier van betekenis. Ze haalde veel ‘heilige huisjes’ over klassieke zang omver. Het was in de tijd dat ik concerten gaf samen met pianist Jacques Verheijen, we vertolkten Jiddisje liederen.

Dien  kon eruit zien als een dame, maar had iets heel ondeugends. Ze was wijs en kon diep werken met stem en adem. Ze heeft me veel geleerd over spelen met klankkleuren, dictie en declameren. Ook over zeggingskracht en  ‘aanwezig zijn’ op het toneel.

Toen mijn stem veranderde van mezzo sopraan naar lage alt werd ik onzeker over mijn stem. Ook toen was zij een grote steun voor me. Ze begreep dat dit spannend was en angst opriep. Ze relativeerde zonder te ontkennen dat het lastig was. Ze stimuleerde me om te accepteren hoe het was en daarin de vrijheid weer terug te vinden. Ze bracht rust in dit, bij momenten, heftige proces en liet me ervaren dat het me ook iets bracht.

Nadat de buren me verteld hadden dat Dien was overleden, liep ik richting de IJssel om daar even te zitten op een bankje. Op weg daar naar toe zag  ik, op een pleintje, twee meisje zitten die spulletjes verkochten. Mijn oog viel op een mooie witte roos, die ze geplukt hadden in hun tuin. Ik kocht de roos voor 25 eurocent. Staand aan de IJssel legde ik de roos in het water en terwijl de stroming de roos meevoerde zong ik mijn laatste lied voor haar. Later toen ik weer op de fiets zat besefte ik: dit afscheid paste zo bij haar. Ze hield van spelen, werken met wat op je pad komt, van eenvoudige gebaren.

Gidsen zijn belangrijk in je leven. Ik ben Anneg en Dien dankbaar voor hun wijze lessen, speelsheid, eigenzinnigheid en diepgang. Ze hebben mij, ieder op eigen wijze, geholpen en geïnspireerd om mijn kwaliteiten te ontwikkelen. Die tocht bracht me regelmatig op niet gebaande paden. Blijven geloven in mezelf was dan wel nodig. Zij hebben me dat voorgeleefd. Ervaringen van het werken met hen liggen diep in me opgeslagen en hebben me gevormd.

Ze leven allebei door in mij, in hoe ik leef en werk.